Risicoklasse-indeling
In het Arbeidsomstandighedenbesluit staat dat het voorgeschreven beschermingsniveau afhangt van een combinatie van het type asbest, de toepassing en de wijze van verwijdering. Er zijn drie risicoklassen. Werkzaamheden die vallen binnen risicoklasse 1 mogen worden uitgevoerd door een niet voor asbest gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. Deze bedrijven moeten echter wel gedegen kennis hebben van de risicos en moeten dat ook kunnen bewijzen. Ook moet er een voldoende risicoinventarisatie zijn. Risicoklasse 1 kan namelijk vrij snel veranderen in 2 bijv. door breuk of een ander onvoorzien gebeuren. Zie ook onder bij de uitleg van Risicoklasse 1. Werkzaamheden die vallen binnen risicoklasse 2 en 3 moeten worden uitgevoerd door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf.
Het Arbeidsomstandighedenbesluit schrijft voor dat een bedrijf dat asbest wil verwijderen of wil opruimen, eerst een asbestinventarisatierapport moet laten opstellen door een gecertificeerd inventarisatiebedrijf. Zo’n rapport beschrijft de risicoklasse waarin de werkzaamheden met asbest worden ingedeeld (1, 2 of 3). Er zijn enkele specifieke uitzonderingen. Deze staan in het besluit. Vallen de werkzaamheden in de risicoklasse 2 of 3, dan moet na afloop van de werkzaamheden een eindbeoordeling van de werkplek worden uitgevoerd door een geaccrediteerd (test/inspectie) laboratorium. Bij werkzaamheden onder risicoklasse 1 mag het asbestverwijderingsbedrijf zelf de eindbeoordeling uitvoeren (visuele controle). Van 't Foort doet dit nooit en laat altijd de visuele inspectie doen door een geacrediteerd laboratorium. De Arbeidsinspectie houdt toezicht op de naleving van de Arbeidsomstandighedenwetgeving.
Besluit van 7 juli 2006, gepubliceerd in het staatsblad op 27 juli 2006 (nr. 348). Datum van inwerkingtreding: 28 juli 2006 Risicoklasse-indeling ten behoeve van verwijdering van asbest.
Voor het bepalen van de risicoklasse wordt de zgn. “SMA-rt Database” geraadpleegd. Alle verwijdering van asbest onder klasse 1, 2 en 3 dient te worden gemeld aan de arbeidsinspectie. Samenvattend:
Klasse 1:
Indien bij verwijdering de grenswaarde van 0,01 vz/cm3 lucht niet wordt overschreden. Bij het toetsen van de stoffenmanager zal dit gelden bij intact, hechtgebonden materialen, die zonder verspanende en zonder breuk te verwijderen zijn. Het verwijderingbedrijf hoeft voor deze verwijderingwerkzaamheden niet (meer) gecertificeerd te zijn. Echter de maatregelen om het beheersbaar te houden zijn fors, zie onderstaand. De bij risicoklasse 1 behorende preventieve maatregelen zijn als volgt:
Persoonlijke beschermingsmiddelen behoeven niet te worden getroffen, tenzij de asbestconcentratie > grenswaarde (zie verder). Evenmin hoeft een medisch dossier te worden aangelegd van de betrokken medewerkers.
Tijdens de werkzaamheden moet toezicht gehouden worden op het asbestgehalte in de lucht (er zal in de lucht op gezette tijden moeten worden gemeten, afhankelijk van de eerste risicobeoordeling). De metingen worden uitgevoerd overeenkomstig een bij ministeriële regeling vast te stellen methode of een andere methode, indien deze gelijkwaardige resultaten oplevert (deze regeling bestaat nog niet). De metingen moeten worden uitgevoerd door een persoon die de vereiste deskundigheid bezit. De analyses moeten door een laboratorium worden uitgevoerd, dat voldoende is toegerust en ervaring heeft met de vereiste identificatietechnieken. De resultaten worden getoetst aan de grenswaarde.
Bij overschrijding van de grenswaarde dienen doeltreffende maatregelen te worden genomen om de concentratie terug te brengen tot onder de grenswaarde. In dat geval dienen de betrokken werknemers doeltreffend te worden beschermd tegen blootstelling aan asbeststof (gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals een volgelaatsmasker met een P3 filter.
Werknemers moeten doeltreffend zijn voorgelicht. Nieuw element is dat hierbij aandacht moet worden besteed aan het synergetisch effect van roken.
De concentratie asbeststof moet zo laag mogelijk worden gehouden.
Na voltooiing van de werkzaamheden dient een visuele eindinspectie te worden gehouden.
Klasse 2:
Indien bij verwijdering de grenswaarde van 0,01 vz/cm3 lucht wordt overschreden, maar minder bedraagt dan 1 vz/cm3 lucht. De betreffende maatregelen komen overeen met het bestaande regime. Hier mag worden gesaneerd met een afhankelijk beademingsysteem, dus met motor op de rug, en slang naar masker.
Klasse 3:
Indien de luchtconcentratie tijdens verwijdering meer bedraagt dan 1 vz/cm3.Voor klasse 3 geldt een verzwaard regime. Hier moet worden gesaneerd m.b.v. onafhankelijke adembescherming. Dit wil zeggen buiten het containment een compressor neerzetten die lucht produceert en dat via slangen naar de mensen brengt. (klasse 3 is altijd containment!). Het betreft met name voor niet-hechtgebonden asbest, zoals: spuitasbest, isolatie en amosiethoudend board. De eindbeoordeling is verzwaard. Bijvoorbeeld ook in aangrenzende ruimten dienen metingen te worden uitgevoerd.
Contact
Loon- en Aannemingsbedrijf van 't Foort B.V.
Meulunterseweg 71
6741 HM Lunteren
Telefoon: 0318-596444
Fax: 0318-596449
Email: info@foort.nl
KvK: 09108045